Mijn naam is Theo Hermans en woon in de
Boeiinksestraat in Roosendaal.
Ik heb twee ezels en ben ook imker.
Bij Rob heb ik enkele aanmerkingen gemaakt
aangaande het gebruik van honing bij de bestrijding van de white
line disease.
Op de website en in het boek wordt gesproken
over honing, maar er zijn verschillende soorten honing.
De bijen halen de nectar uit de bloemknoppen.
De grootste concentratie propolis zit in de
knoppen van de kastanje ,de berk en de populier.
Dit zijn bomen die in Nederland veel voorkomen
en die bloeien in de periode tot juni/juli.
Het hoogste percentage propolis zit dus in
honing die geslingerd wordt na de zomerdracht, met de opmerking dat als de
imkers hun bijen inzetten in appelboomgaarden en of afreizen naar de
koolzaad- velden de honing van deze laatste groep minder propolis zal
bevatten.
Verder is het belangrijk dat de imker zonder
bestrijdingsmiddelen werkt. (er zijn bijenziektes die chemisch worden
bestreden)
Er kunnen resten in de honing terecht komen.
Verder is het van groot belang dat de
honingwinning geschied volgens de "koudslinger methode".
Dit is honing die bijna rechtstreeks van uit de
bijenkast in de pot is gedaan.
De meeste imkers werken hiermee.
De honing die te koop is in de winkels is bijna
altijd honing uit het buitenland,deze wordt verzameld bij de grote
inpakstations.
Deze verschillende soorten honing kunnen al
gekristalliseerd zijn en zal als hij in potten moet ,vloeibaar moeten zijn.
Dit gaat alleen met verwarmen.
Als honing wordt verwarmd verliest het al zijn
goede eigenschappen (alle
honing bevat de bacteriedodende stof inhibine en is bacterieremmend door de
hoge
zuurgraad en ontsmettend doordat het waterstofperoxide bevat)
en is het een gewone maar lekkere zoetstof.
www.imkerijceres.nl/